Posts tonen met het label re-enactment. Alle posts tonen
Posts tonen met het label re-enactment. Alle posts tonen

zondag 30 november 2014

Herbeleven

Gil, Peter, Arjan en Roel van de Wapentuers
pieken hanterend in Archeon, 2001
Dit blog werd getriggerd door het plaatsen van een krantenstukje uit 2001 op Facebook over een optreden van Die Landen van Herwaerts Over in Archeon. Op de erbij staande foto zijn een paar leden te zien die een piek-excercitie doen voor het pottenkopershuis. Zij behoorden tot de door mij opgerichte groep Die Wapentuers van Dordrecht die een stel leden van de Dordtse stadsmilitie van rond 1300 voorstelt. Het was één van de eerste re-enactment (RE) groepen binnen de LHO. De vereniging is officieel namelijk geen RE club, maar een levende geschiedenis (LG) genootschap, met als uitgangspunt de hele middeleeuwen.

Voor degenen die denken dat dat één pot nat is, leg ik het nog een keer uit. RE, oftewel her- of wederopvoering (dat laatste is Vlaams) is het fenomeen dat gebeurtenissen uit het verleden worden opgevoerd voor publiek in zo authentiek mogelijke uitrusting. Noodzakelijkerwijs zijn dat dikwijls militair getinte shows, want zo is het fenomeen ook begonnen. In de US met het laten zien van reconstructies van veldslagen uit de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) en in de UK idem van de Engelse Burgeroorlog (1642-1651 met onderbrekingen). Later werden die evenementen uitgebreid met respectievelijk de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783) en de Rozenoorlogen (1455-1485) in Engeland. Allemaal nogal traumatische gebeurtenissen in hun respectievelijke geschiedenissen en steeds veel publiek trekkend. Theoretisch is het ook mogelijk, en het wordt ook wel gedaan, om ook niet militaire RE te doen, maar het gebeurt veel en veel minder.

LG daarentegen heeft een ander uitgangspunt. Natuurlijk heeft RE een educatieve waarde en geeft het dikwijls een goed beeld van hoe het geweest is (of kan zijn). Maar het is toch vooral spektakel. LG heeft echter een voornamelijk educatief doel: het laten zien hoe het leven in een bepaalde historische periode was. Dat werkt uiteraard het beste in een historische omgeving, maar het hoeft niet. Je kunt ook LG mensen tegenkomen op school of in musea, maar ook op braderieën en historische jubilea. Ofschoon er soms wel degelijke een opvoeringselement aanwezig is, als de spelers als een historisch personage acteren, is dat niet het uitgangspunt. Voor optimale communicatie met het nieuwsgierige publiek is het namelijk nodig dat je benaderbaar bent en duidelijk, in gewoon Nederlands, kunt vertellen wie je voorstel en wat je aan het doen bent. En hoe het in het verleden in het algemeen toeging in de gegeven setting.

Niet dat dat in RE niet gebeurt. Het komt best voor dat in het bijzonder authentieke militaire kamp dat de aan een historische evenement deelnemende legergroepen inrichten uitgebreid voorlichting wordt gegeven over uitrusting, kampleven en de tijd. Maar het komt net zo vaak voor dat het kamp met een touw van het publiek gescheiden is en de RE-ers met hun rug naar de bezoekers toe met elkaar zitten te praten. Ik vind dat altijd jammer, maar omdat het dikwijls voor die mensen niet het oorspronkelijke uitgangspunt was, is het ook wel begrijpelijk. Ze doen hun show en daarna zijn ze weer gewoon Tom, Dick en Harry en zetten hun bril op en drinken een pilsje uit blik. Echte LG spelers doen dat dus niet: die hebben lenzen in (of zien gewoon weinig) en hun pils is overgegoten in een tinnen of steengoed kan. Het is maar een voorbeeld, maar zo zijn er veel meer.

Middeleeuwse herbelevinggroep verregent in Archeon” stond er in de krant in 2001. Dat is dus eigenlijk verkeerd, want de groep beleefde het verleden helemaal niet nog een keer. Dan zou je het eerst zelf echt meegemaakt moeten hebben, maar ik weet zeker dat de leden op de foto in 1300 nog niet leefden. Ook het publiek is niet zo oud. Het duidde er alleen op dat de journalist waarschijnlijk de klok heeft horen luiden maar zo gauw de klepel niet kon vinden. Wat ik me echter wel in kan denken is dat mensen, en dat kunnen zowel de spelers als de kijkers zijn, zich op bepaalde momenten levendig kunnen voorstellen hoe leven in het verleden voelt. Natuurlijk is Archeon daar een perfecte plek voor en ik kan de lezers dan ook verzekeren dat alle keren dat ik daar als middeleeuwer heb rondgelopen ik nogal wat historische sensaties heb gekend. Herbelevingen dus. Zeker als er weinig tot geen publiek was, of als we met een stel andere circa 1300 LG spelers uit heel Europa rond de vuren zaten. Het kon dat behoorlijk intensieve ervaringen opleveren. Waarop je dan weer maanden kon teren.

Wat ik nu echter steeds meer rondom me heen zie als ik ‘historische’ evenementen bezoek zijn pogingen LG en RE te mengen, zonder dat men eigenlijk weet wat men aan het doen is. Dat is zeker niet bevorderlijk voor het ervaren van een herbeleving. Tenminste: niet bij mij. In tegenstelling tot de jaren negentig kun je nu, als je wilt, een complete uitrusting kopen bij diverse traders, zowel op RE-markten als via het Internet. Je geeft gewoon op dat je, ik noem maar wat, een veertiende-eeuwse huurling wil spelen  en de kooplui kunnen je voorzien van wambuis, hozen, pantser, helm en wapens en je kunt mooie dure schoenen bestellen en een passend schild laten beschilderen. Tent erbij, gesmeed driepootje en spit, paar potjies en wat imitatie steengoed en je kunt je aansluiten bij een groep. Nog wat zwaardvecht- of piekexcercitieles en je bent het mannetje.

Daarna kun je waarschijnlijk  wel tamelijk veilig meedoen met de veldslagen die het hele seizoen door in Nederland en aangrenzende gebieden worden gehouden en gezellig na afloop met de collega’s een pint drinken. Niks mis mee. Maar als het LG aspect aan de orde komt, blijkt toch dikwijls dat de kennis van de betreffende persoon behoorlijk te kort schiet als het op vragen van het publiek beantwoorden aankomt. Ik heb dikwijls genoeg op evenementen als Castlefest, Ridderspektakel en Gebroeders Van Limburg Festival, waar ik vanuit mijn achtergrond wel ben gaan kijken, met kromme tenen staan luisteren naar wat zulke mensen te berde brengen. Dat kan natuurlijk niet. Je geeft namelijk valse voorlichting  als je een antwoord niet weet en maar wat verzint (meestal gebaseerd op de clichés die over de middeleeuwen de ronde doen). Het publiek is daar niet mee geholpen, sterker nog: het wordt gestijfd in zijn verouderde denken over de middeleeuwen. In wezen is dit zelfs geschiedvervalsing.

Een voorbeeld is het verhaal van een lid van zo’n huurlingengroep die vertelde dat zwaarden zo duur waren dat ze alleen door de adel gebruikt werden. Niemand vroeg hem daarna waarom hij er, als tamelijk sjofel uitziend soldenier, dan één aan zijn zijde had hangen. En dit is nog maar een tamelijk onschuldig gevalletje: ik heb wel erger gehoord.

Zo moet het dus niet. Ik vrees alleen dat we inmiddels op een hellend vlak zijn beland van groepen die ontstaan zijn omdat ze ergens ‘echte’ RE clubs hebben gezien, ook zoiets willen en zonder veel achtergrondkennis van start gaan met kopen van spullen en eventueel met doe-het-zelf  aanvullingen. In de praktijk blijkt verder dat zelfs het kopen van spullen nog voor behoorlijke  anachronismen kan zorgen. Zeker als de kooplui zelf niet weten in welke periode hun kostuums en wapenrustingen gedragen kunnen worden. Ook het gebruik van kleuren in de stoffen, details in leer- en smeedwerk, diverse perioden aardewerk door elkaar, etc. Om over het gebruik van heraldiek maar te zwijgen. Het kan dan zomaar gebeuren dat een veertiende-eeuwse huurlingenploeg zowel dertiende-eeuwse als vroeg vijftiende-eeuwse soldeniers bevat. Voor een kenner is dat een bijzonder pijnlijk gezicht.

Wat wil ik hiermee zeggen? Verdiep je in de periode die je kiest. Vraag desnoods andere groepen die er langer mee bezig zijn om advies. Ze zullen je graag naar literatuur verwijzen en tips geven waar je het beste terecht kunt voor de juiste uitrusting. Vraag ook altijd kenners op de specialistische gebieden zoals wapenhandeling, voedsel, ambachten, heraldiek, huisraad, etc. om raad. Ze geven het meestal graag. De echte RE of LG speler ziet namelijk graag meer concurrentie, maar dan wel van goede kwaliteit.


Een volgende keer over wat voor naam je je groep moet geven.

maandag 20 oktober 2014

Kritisch baasje

Hardhouten pindabakjes














Ik ben een kritisch baasje.  Altijd geweest. En het is door de jaren heen alleen maar erger geworden. Dat komt omdat ik door de loop van de tijd heel wat heb bijgeleerd, dus ik weet meer dan vroeger. En ik weet nu beter dan ooit als iets niet klopt of niet authentiek is.  Ik gebruik die kritische houding natuurlijk voornamelijk in mijn werk, maar ook in dat deel van mijn leven dat zich bezig hield en nog houdt met levende geschiedenis (LG). En met het daarbij aanleunende re-enactment (RE). Die kritische geest heeft zich alleen maar verdiept tijdens en na mijn studie geschiedenis (2003-2009). Sterker nog: die geest werd door al mijn docenten alleen maar gestimuleerd en aangewakkerd. Het is namelijk een onderdeel van het hebben van een wetenschappelijke houding als je met een vak, zoals geschiedenis, bezig bent. Het hoort er gewoon bij. Je past het ook voornamelijk toe bij onderzoek naar en interpretatie van historische bronnen. Maar je hoort ook kritisch te zijn op de ‘producten’ die studie en onderzoek opleveren, zoals boeken, artikelen, documentaires, tentoonstellingen, etc. Inclusief die van jezelf. Vandaar dat recensies op die gebieden altijd een kritische ondertoon hebben en niet alleen op de goede, maar ook op de mindere kanten van zo’n ‘product’ de aandacht vestigen. Daar leert de producent van.
                Ik weet maar al te goed dat het ontvangen van kritiek niet iedereen even gemakkelijk afgaat. Dikwijls weten mensen wel dat iets wat ze doen niet helemaal klopt (ik heb het nu voor het gemak even over re-enacters) maar ze hopen dat ze ermee wegkomen omdat het gemiddelde publiek ‘dat toch niet ziet’. Als ik het dan wel zie en er wat van zeg kan ik enkele verschillende soorten reacties verwachten:
1         Men geeft ruiterlijk toe dat ik gelijk heb. Komt het minste voor.
2         Men geeft het toe, maar zegt erbij dat ze nog geen tijd, gelegenheid, geld of zin hadden om het bewuste onderwerp te verbeteren. Komt redelijk veel voor.
3         Men zegt dat ik ongelijk heb. Ik kan dan verder gaan met het produceren van argumenten en dan kan men alsnog in reactie 1 of 2 vervallen. Komt ook weinig voor.
4         Of men accepteert het niet en maakt mij uit voor een ouwe zeur, azijnpisser, authenticiteitsnazi of spelbreker. En dat ik altijd afbrekende kritiek heb in plaats van opbouwende. Komt heel veel voor!
Dat laatste bestaat trouwens niet: opbouwend of afbrekend. Dat iets zo gevoeld wordt komt uit de houding van de ontvanger voort, niet uit de gever (al zal er best wel eens iemand zijn die een ander via kritiek gewoon onderuit wil halen of zelfs kwaad wil doen). Reageerders 1 en 2 zullen de kritiek namelijk als opbouwend ervaren en 3, maar vooral 4, als afbrekend. Schuldgevoel en de realisatie gesnapt te zijn, zullen hier de oorzaak van zijn. Denk ik, maar ik ben geen psycholoog.
De ervaring leert dat bij dergelijke kritiek in een persoonlijk gesprek, tussen twee mensen, als je elkaars gezicht en lichaamstaal kunt zien, reactie 1 en 2 in verhouding veel het gevolg zijn.  Iemand die in een groep die kritiek krijgt zal eerder op wijze 3 en veelal als 4 reageren, want die denkt voor de groep af te gaan. En als het via één van de social media gaat, waabij je geen nuances in je kritiek kunt aanbrengen (tenzij je je tekstje omgeeft met allerlei mitsen en maren en smileys) en je iemands gezichtsuitdrukking niet kunt zien, is bijna louter reactie 4 het gevolg.
                Het heeft er veel van weg dat degene die de kritiek ontvangt denkt dat hij of zij persoonlijk wordt aangevallen. Het schijnt dat dan een afweermechanisme start dat op een felle persoonlijke aanval uitdraait. In plaats van met tegenargumenten te komen (die zijn er meestal niet en dat weet de ‘aangevallene’ meestal zelf ook wel) wordt de criticus in een kwaad daglicht gezet. Men speelt op de man om af te leiden van het onderwerp waar het eigenlijk over gaat.
                “Waar bemoei  je je mee?” is daarbij een veel gehoorde vraag. Duidelijk is dikwijls dat de aangesprokene niet begrijpt dat je door bijv. een foto van jezelf in historische kleding op Facebook te zetten je niet alleen complimenten kunt verwachten (vooral van mensen die geen verstand van die kleding hebben) maar ook kritiek op wat er eventueel niet goed aan is. En dat geldt zeker als je zo’n foto op een re-enacters forum zet. Tussen alle zoete likes en ‘prachtigs, geweldigs, moois en knaps’ zal zo’n kritische opmerking als ‘zuur’ ervaren worden. Het is een domper en dat vindt niemand leuk.  Maar het is wel kinderachtig om de boodschapper af te schieten in plaats van de ‘rotte plek’ aan te pakken.
                Vroeger, toen ik nog bestuurslid van die Landen van Herwaerts Over was, stond ik al bekend als streng. Nieuwe leden hadden dikwijls bepaalde, niet erg kloppende ideeën over de middeleeuwen en die moest ik dan, voor zover ik dat toen zelf wist, ombuigen naar een realistischer opvatting. Dat werd me toen ook niet altijd in dank afgenomen, ondanks dat dit altijd (op één keer na…) in tweegesprekken of in kleine kring gebeurde. Het heeft de vereniging diverse leden gekost, terwijl die met zijn 150-175 leden toch meestal tot de grootste van Nederland behoorde. Zij die bleven werden op den duur zelf deskundigen en hebben nu nog net zo’n kritische houding. Zij die weggingen sloten zich soms aan bij clubs die het niet zo nauw met de authenticiteit namen en dat kun je, tot op de dag van vandaag, nog steeds zien. Of ze zetten zelf een vereniging op die wel volgens hun ideeën opereerde. Veel van die clubs bestaan inmiddels trouwens niet meer.
                Mijn uitgangspunt is altijd geweest: als je pretendeert mensen uit het verleden voor te stellen heb je de morele plicht dat zo goed mogelijk onderbouwd te doen. Zeker als je het publiek wilt voorlichten over hoe het er vroeger aan toeging. Als je dat niet doet pleeg je geschiedvervalsing en zadel je degenen voor wie je je als historisch personage uitdost op met een niet kloppend beeld. Ik vind dat ethisch, maar ook wetenschappelijk gezien, niet kunnen. En misschien is dat wel hetzelfde. Als ik  dus kritiek heb is mijn enige doel te voorkomen dat je als persoon of groep een educatieve flater slaat en af gaat voor de kijker. Dat zelfs in schoolboeken, musea, romans, films en games onhistorische onzin wordt verteld is daarbij geen excuus. Iemand die levende geschiedenis pretendeert te doen, en daar hoort ook re-enactment bij, is verplicht dat zo correct mogelijk te doen met medeneming van alle kennis die er over de periode en het gekozen voorbeeld te vinden is. Geschiedenis is echt gebeurd; het is geen fantasy. Beginners en kinderen kunnen dikwijls geëxcuseerd worden, maar eigenlijk kun je het zodra je je in het openbaar vertoont als uitvoerder van een stukje geschiedenis niet veroorloven dat fout te doen.

De auteur bij de eerste paal
van Archeon november 1991
                Dat is mijn uitgangspunt altijd geweest. Oh, ik heb ook fouten gemaakt, verkeerde kledingstukken aangehad van de verkeerde stof en zelfs dingen beweerd waarover ik later las of hoorde dat ze niet klopten. Ik heb echter wel altijd de kritiek die daarop kwam aanvaard en geprobeerd het zo snel mogelijk wel goed te doen. Ik herinner me nog steeds de eerste keer dat dat met mij gebeurde. Het was tijdens het slaan van de eerste paal van de gebouwen in Archeon in de herfst van 1991, toen we als LHO voor het eerst in het openbaar in onze kostuums verschenen. Een inmiddels goede vriend maakte toen de zeer terechte opmerking dat ze in de middeleeuwen vast geen van hardhout gedraaide pindabakjes van de HEMA gebruikten om uit te eten. Ik kreeg een rooie kop en heb zo snel mogelijk dat bakje vervangen door betere houten exemplaren. Ik ben hem daar nog altijd dankbaar voor en heb hem dat een paar maanden geleden ook nog eens verteld. Hij moest er hartelijk om lachen, maar was zelf het hele voorval glad vergeten.

Er zijn daarna nog honderden van die momenten geweest, niet het minst tijdens mijn studie geschiedenis, toen ik in zes jaar tijd veel meer (af)leerde over de middeleeuwen (en andere historische perioden) dan gedurende de vijftien jaar daarvoor. Ik wil eigenlijk graag dat de mensen die mijn kritiek ontvangen, diezelfde ervaringen krijgen en die op een positieve manier  kunnen verwerken in hun hobby (of werk). Meer niet. Maak er gebruik van, doe er je voordeel mee, maar trek je lange tenen in en blaas je korte lontje uit; ik val jou niet aan, ik wijs op iets dat niet klopt. En daar kun je van leren.

Geweten

Door vrienden word ik wel eens het geweten van het middeleeuwse re-enactment in Nederland genoemd. Ik weet niet of ik daar blij mee moet zijn. Gewetens hebben het meestal niet makkelijk. Ze worden dikwijls als lastig ervaren. Ik hoef alleen maar te kijken naar wat ik naar mijn hoofd krijg als ik op Facebook kritiek heb op een kostuum of de gebruikte heraldiek in een re-enactment setting. Ik schrijf daarover in het mission statement van deze blog.
                Discussies in de sociale media verzanden dikwijls ook in scheldpartijen waarbij op de man spelen niet wordt gemeden. Ook verzanden ze dikwijls in zaken die niets meer met het punt te maken hebben waar het mee begon. Ik heb daarom besloten mijn kritiek op zaken als kostuum, decor, accessoires, heraldiek, etc. in de vorm van een blog te gieten. Dit blog.
                Ik heb flink zitten zoeken naar een geschikte naam, tot ik me het wel het meest bekende gepersonificeerde geweten van de westerse media herinnerde: Japie Krekel. Of Jiminy Cricket, zoals hij in de originele tekenfilm Pinocchio (1940) heet. Walt Disney’s Pinocchio, de houten marionet die tot leven kwam, was gebaseerd op een boek van Carlo Collodi uit 1883. Daarin heeft een krekel inderdaad een heel klein rolletje en wel als de Sprekende Krekel in hoofdstuk vier. Hij wijst daarin de marionet op zijn verantwoordelijkheden, maar Pinocchio wordt boos en slaat de krekel met een hamer plat. Disney zag hier veel meer mogelijkheden en werkte het beest uit tot een full time geweten dat de pop overal volgde en hem tot vervelens toe de les las. De film is overigens een prachtig getekende maar nogal moralistische fabel geworden die helemaal paste in het brave wereldbeeld van middle class Amerika.
                Toen tijdens mijn vakantie in de Franse Drôme er een roodbruine krekel op mijn grote teen sprong en me ruim een minuut aan bleef kijken, wist ik dat ik hier iets mee moest. Omdat ik toch voornamelijk over middeleeuwse authenticiteit wilde schrijven moest het beest wel een middeleeuwse naam hebben. Krekel in het middelnederlands is Criekel en de verkleining van Jacob, waar wij Japie voor zeggen, was Copkin. Het allitereert ook nog lekker. Vandaar dus…
                De houtsnede van de krekel komt uit een laat vijftiende-eeuwse versie van de fabel over de krekel en de mier. Die is oorspronkelijk waarschijnlijk van de Griekse dichter Aisopos (Latijn: Aesopus) uit de zesde eeuw vC, maar middeleeuwse Nederlanders kenden hem uit de Esopet.